Chinese Grammatica voor Beginners Deel 1
Chinese Grammatica voor Beginners

Chinese Grammatica voor Beginners

Chinese Grammatica voor Beginners

Goed nieuws! Chinees is dan misschien wel moeilijk als het gaat om het schrijven of de uitspraak, maar de basisgrammatica van het Mandarijn is helemaal niet zo moeilijk! Natuurlijk zijn er wel een paar grammatica regels waar je je aan moet houden. In dit artikel leer je de basisregels van de grammatica van het Mandarijn om je een goed eindje opweg te helpen.  

Begin bij het begin

Een goed begin is het halve werk! En dat geldt zeker voor het leren van het Mandarijn. Als je goed Chinees wilt leren spreken, lezen en schrijven is het belangrijk dat je eerst de basis goed onder de knie hebt. Weet je eigenlijk al iets over de achtergrond van het Chinees? Heb je de Pinyin al geleerd? Weet je al in welke volgorde je karakters moet schrijven? Dan ben je klaar voor de volgende stap! De grammatica van het Mandarijn is dus niet zo heel moeilijk. Als je de regeltjes kent kun je het al snel toepassen in de praktijk. Probeer eens de woorden uit de voorbeelden in dit artikel te vervangen voor andere Chinese woorden die je al kent.

Mandarijnse zinsstructuur in het kort

Misschien weet je al hoe zinsbouw in het Chinees gaat omdat je dit Baozi TV artikel hebt gelezen, of misschien is dit nog nieuw voor je. Hoe dan ook moet je altijd blijven herhalen! Ik spreek uit eigen ervaring als ik zeg dat herhaling, bij het leren van Chinees, de sleutel tot succes is! Hoe worden zinnen ook alweer opgebouwd in het Mandarijn?

Tegenwoordige tijd

Zinsbouw in het Chinees gaat hetzelfde als zinsbouw in het Nederlands, namelijk: onderwerp – werkwoord – lijdend voorwerp. Eitje dus! Kijk maar eens naar onderstaand voorbeeld. Misschien kun je ook al wel zelf een zin proberen te maken met een ander lijdend voorwerp. Bijvoorbeeld: 包子 bāozi gestoomd broodje.

Zinsbouw in het Chinees gaat hetzelfde als zinsbouw in het Nederlands, namelijk: onderwerp – werkwoord – lijdend voorwerp.

Bijvoorbeeld: Ik eet soep = 我 wǒ (ik) 吃 chī (eet) 汤 tāng (soep).

Als je een tijdsbepaling wilt toevoegen, komt deze in het Chinees voor het werkwoord. Dan wordt de zinsbouw: onderwerp – tijd – werkwoord – lijdend voorwerp.

Bijvoorbeeld: Ik eet vandaag soep = 我 wǒ (ik) 今天 jīntiān (vandaag) 吃 chī (eet) 汤 tāng (soep).

De tijd komt in het Chinees dus op een andere plaats in de zin dan in het Nederlands. Hier moet je dus goed opletten, want het zal niet vanzelf gaan. Chinezen hechten er minder belang aan om tijd uit te drukken in een zin dan wij Nederlanders. Tijd moet vaak afgeleid worden uit de context. 

Verleden tijd

Het werkwoord verandert in de verleden tijd niet. Daar hoeven we ons dus niet druk over te maken. Dit kan in het begin wat verwarrend zijn voor ons als Nederlanders. Voor ons is het uitdrukken van een tijd in de zin heel belangrijk. In het Chinees moet je dit echter loslaten. Je kunt de tijd niet ontdekken aan de vorm van het werkwoord. Je moet de tijd ontdekken uit de context.

Bijvoorbeeld:

Gisteren at ik soep = 我 wǒ (ik) 昨天 zuótiān (gister) 吃 chī (eet) 汤 tāng (soep).

Morgen eet ik soep = 我 wǒ (ik) 明天 míngtiān (morgen) 吃 chī (eet) 汤 tāng (soep)

Belangrijk: Het werkwoord voor eten is: 吃 chī. Het werkwoord verandert in het Chinees niet, in welke tijd je het ook gebruikt.

Vraagwoorden

Ook vraagwoorden vallen onder de grammatica van het Mandarijn. In het Mandarijn kun je namelijk niet zoals in het Nederlands de zinsvolgorde aanpassen. Als je in het chinees een vraag wilt stellen hoef je alleen maar een vraagpartikel aan het einde van de zin te plakken, zonder de zinsvolgorde te veranderen. Een partikel is los woord dat een grammaticale functie met zich mee draagt. Een vraagpartikel is dus een woord dat een normale zin tot een vraagzin kan maken. Er zijn meerdere vraagwoorden in het Mandarijn die je aan het einde van een zin kunt plakken om de zin in een vraagzin te veranderen. Het standaard vraagpartikel in het Chinees is: 吗 ma (neutrale toon).

Bijvoorbeeld:

De vraag Eet ik vandaag soep? is in het Chinees: wǒ (ik) jīntiān (vandaag) chī (eet) tāng (soep) ma?

Eet jij morgen soep? 你明天吃汤吗 nǐ (jij) míngtiān (morgen) chī (eet) tāng (soep) ma?

Als je in de voorbeelden hierboven het vraagwoord weg zou laten heb je alsnog een correcte zin. Het is alleen geen vraag meer, maar een verklaring. 

Hoe kaats je een vraag terug?

Het Chinees heeft een heel handig woordje om een vraag terug te kaatsen, namelijk 你呢 nǐ ne. Dit betekent: en jij? Dit kun je eigenlijk bijna altijd vragen. Je kunt 你 ook vervangen voor 他 tā hij, 她 tā zij, 我 wǒ ik。Misschien heb je het artikel over jezelf voorstellen in het Chinees al gelezen. Dan kun je onderstaand voorbeeld waarschijnlijk al helemaal begrijpen.

Bijvoorbeeld:

我很好, 你呢? Wǒ hěn hǎo, nǐ ne? Met mij gaat het goed, en met jou?

我是荷兰人,她呢?Wǒ shì hélánrén, nǐ ne? Ik ben een Nederlander, en jij?

Het woordje 呢 kan gebruikt worden achter elk zelfstandig naamwoord en achter alle namen. Het is dus een woord dat gebruikt kan worden om iets te vragen over het object waar het achter staat. Het is dus eigenlijk de Chinese equivalent van ‘en hoe zit het met…?’. 呢 is al een vraagwoord van zichzelf, dus je hoeft er geen 吗 meer achter te plakken.

Wat?!?

‘Wat’ vind ik persoonlijk een heel fijn woord en ik gebruik het misschien wel meer dan honderd keer per dag. Een ‘must learn’ in het Chinees dus. Je kunt het in allerlei contexten gebruiken. Als je verbaasd bent: waaat? Of als je boos bent: wat? Als je niet weet wat iets is: wat? Of als je iemand niet kunt verstaan: wat? De hamvraag is dus: wat is wat in het Chinees?

Wat
什么
shénme
什么 is dus net als het woord 呢 een vraagwoord op zich. Je hoeft er dus geen 吗 meer achter te plakken. Het wordt hetzelfde gebruikt als het Nederlandse woord ‘wat’. Je kunt het achter een zin plakken, maar je kunt het ook gewoon los gebruiken.

Bijvoorbeeld:

你吃什么?
nǐ chī shénme?
Wat eet jij?

她说什么?
tā shuō shénme?
Wat zegt zij?/Wat zei zij?

Belangrijk:
Het werkwoord voor praten is: 说 shuō

Werkwoorden

Als je denkt aan grammatica van het Mandarijn, dan denk je natuurlijk ook aan werkwoorden. Zoals we al eerder zagen veranderen werkwoorden niet als ze in een andere tijd komen te staan. Ook blijven werkwoorden in Chinese grammatica onveranderd, ongeacht of het onderwerp in meervoud of enkelvoud is. Met alleen een onderwerp en een werkwoord kun je al een correcte korte zin maken. Zinnen maken in het Chinees is dus super makkelijk, je moet alleen wel de woorden te kennen.

Vier Chinese werkwoorden die je MOET kennen

Zodat je alvast een vliegende start kunt maken met het leren van Chinees zijn hier vier werkwoorden die je veel zult gebruiken. Let goed op de uitspraak en de tonen van de woorden en probeer er alvast wat zinnen mee te maken.

1. 是 shì zijn

Voorbeeld voor 是:

我是荷兰人
wǒ shì hélánrén
Ik ben een Nederlander

我是老师
wǒ shì lǎoshī
Ik ben docent

我是桑娜
wǒ shì sāngnà
Ik ben Sanne

2. 有 yǒu hebben

Voorbeeld voor 有:

她有朋友吗?
tā yǒu péngyou ma?
Heeft zij vrienden?

我有汤
wǒ yǒu tāng
Ik heb soep

你有什么汤呢?
nǐ yǒu shénme tāng ne?
En wat heb jij voor soep?

3. 在 zài zich bevinden

Nummer 3 ‘在 zài zich bevinden‘ lijkt misschien in eerste instantie een vreemde eend in de bijt. Maar dit woord wordt heel vaak gebruikt in het Chinees. Het wordt namelijk altijd gebruikt om aan te geven dat iets ergens is, vaak in combinatie met een plaats. We hebben geen directe vertaling voor dit woord in het Nederlands, maar het komt overeen met het Nederlandse werkwoord ‘zijn’ + een voorzetsel. Kijk maar eens naar de voorbeelden.

Voorbeeld voor 在:

你在吗?
nǐ zài ma?
Ben je er?

我在
wǒ zài
Ik ben er

我在荷兰
wǒ zài hélán
Ik ben in Nederland

4. 想 xiǎng willen

Voorbeeld voor 想:

你想什么?
nǐ xiǎng shénme?
Wat wil je?

他想吃什么?
tā xiǎng chī shénme?
Wat wil hij eten?

我想吃汤
wǒ xiǎng chī tāng
Ik wil soep eten

Woordenlijst

Wat heb je in dit artikel allemaal geleerd? Naast de basis grammatica regels van het Mandarijn heb je ook al best wel wat woorden en zinnen geleerd! Hier is een overzicht van alle tot nu toe geleerde woorden en nog een paar voorbeeldzinnen om mee te oefenen.

  • 吃 chī eten (ww)
  • 包子 bāozi gestoomd broodje
  • 今天 jīntiān vandaag
  • 昨天 zuótiān gister
  • 明天 míngtiān morgen
  • 吗 ma vraagwoord
  • 呢 ne vraagwoord
  • 什么 shénme wat (vraagwoord)
  • 是 shì zijn (ww)
  • 有 yǒu hebben (ww)
  • 在 zài zich bevinden (ww)
  • 想 xiǎng willen (ww)
  • 说 shuō praten (ww)
  • 汤 tāng soep
  • 老师 lǎoshī docent
  • 荷兰 hélán Nederland
  • 人 rén mens(en)
  • 朋友 péngyǒu vriend(en)

Voorbeeldzinnen:

你今天想吃什么?Nǐ jīntiān xiǎng chī shénme? Wat wil je vandaag eten?
老师说什么?Lǎoshī shuō shénme? Wat zei de docent?
我朋友是荷兰人,他是老师。Wǒ péngyǒu shì hélán rén, tā shì lǎoshī. Mijn vriend is een Nederlander, hij is een docent.
你想说什么? Nǐ xiǎng shuō shénme? Wat wil je zeggen?
我想吃包子,你呢?你想吃什么? Wǒ xiǎng chī bāozi, nǐ ne? Nǐ xiǎng chī shénme? Ik wil gestoomde broodjes eten, en jij? Wat wil jij eten? 

En hoe nu verder? 

Heb je de grammatica van het Mandarijn onder de knie? Dan kun je nu verder met het leren van nieuwe woorden, zodat je nog meer zinnen kunt gaan maken. Onderschat niet hoe belangrijk de Pinyin is bij het leren van nieuwe woorden. Hoe beter je de Pinyin kent, hoe beter je uitspraak, en hoe meer de Chinezen onder de indruk zullen zijn van je Chinees. Doordat ik zelf het Pinyin alfabet en de tonen altijd heel serieus heb genomen heb ik nu totaal geen moeite meer met de Chinese uitspraak en kan ik vloeiend Chinees praten. Nu is het aan jou. Succes! Houdt vooral ook de baozitv.nl website in de gaten voor nieuwe lessen Chinees!

About the Author Sanne Laoshi

Sanne Laoshi heeft een grote passie voor de Chinese taal en leert al meer dan 5 jaar Chinees. Ze heeft China Studies gestudeerd in Leiden en een jaar in China gewoond. Ze is op dit moment bezig met haar Master in Chinees en wilt haar kennis en ervaring met jou delen zodat jij ook op een dag vloeiend Chinees kunt spreken.

Reageer op dit artikel

avatar
  Subscribe  
Abonneren op